Spieren werken niet alleen samen in krachtkoppels rond de gewrichten. Ze werken ook samen door het hele lichaam. Samen vormen ze een netwerk van geïntegreerde systemen dat zorgt voor stabiliteit én beweging in alle drie de bewegingsvlakken. Deze systemen vallen uiteen in twee hoofdcategorieën: het lokale en het globale spiersysteem.
Lokaal spier systeem
Lokale spieren hechten zich meestal op of vlak bij de wervels. Hun belangrijkste taak is het stabiliseren van de romp. Het lokale spiersysteem vormt de diepste laag van de core en bestaat uit onder andere de rotatoren, multifidus, transversus abdominis, het middenrif, de bekkenbodem en de quadratus lumborum.
Deze spieren kunnen bewust worden aangespannen, maar activeren vaak ook automatisch voorafgaand aan bewegingen van de armen of romp. Dit neurologische proces staat bekend als feed-forward activatie (Masse-Alarie et al., 2012; Okubo et al., 2010). Het lokale spiersysteem zorgt hiermee voor segmentale stabiliteit van de wervelkolom (Okubo et al., 2010). Daarom wordt het ook wel het stabilisatiesysteem van de core genoemd.
Onderzoek naar gezamenlijke ondersteuningssystemen laat zien dat vergelijkbare stabiliserende krachtkoppels ook in andere delen van het lichaam voorkomen. Een goed voorbeeld hiervan is de rotator cuff van de schouder. Deze spiergroep werkt samen om het glenohumerale gewricht actief te stabiliseren (Day et al., 2012).
Globaal spier systeem
Het globale spiersysteem bestaat uit grotere spieren die beweging initiëren. Deze spieren overspannen vaak één of meerdere gewrichten (Okubo et al., 2010). Ze fungeren als prime movers bij functionele bewegingen zoals duwen, trekken, hurken en lopen. Daarom wordt dit systeem ook wel het bewegingssysteem genoemd. Voorbeelden zijn de rectus abdominis, erector spinae en latissimus dorsi.
De belangrijkste functie van het globale spiersysteem is het efficiënt overbrengen van krachten via de LPHC. Tegelijkertijd biedt het extra ondersteuning om de romp en wervelkolom te beschermen tijdens beweging. Om deze samenwerking beter te begrijpen, worden de globale spieren onderverdeeld in verschillende subsystemen: het diepe longitudinale, achterste schuine, voorste schuine en laterale subsysteem.
Deze subsystemen laten zien hoe spieren regionaal samenwerken en elkaar aanvullen in krachtkoppels. Zonder deze samenwerking zou normale beweging worden verstoord en zou het risico op blessures en prestatieverlies toenemen. Elk subsysteem komt gespiegeld voor aan de linker- en rechterzijde van het lichaam.

